Het belangrijkste
- Benzodiazepines en Z-drugs (zolpidem, zopiclon): gewenning en afhankelijkheid zijn mogelijk na één tot twee weken[1].
- Zolpidem en zopiclon zijn niet doeltreffender of veiliger dan benzodiazepines[1].
- CGT-I is de behandeling die als eerste wordt aanbevolen bij chronische slapeloosheid bij volwassenen[2][3].
- Nooit plotseling stoppen: je bereidt het stoppen voor met je arts en bouwt heel geleidelijk af[1].
Over welke geneesmiddelen gaat het?
- Benzodiazepines: lormetazepam (Loramet, Metatop), lorazepam (Temesta), alprazolam (Xanax), bromazepam (Lexotan), diazepam (Valium)...
- Z-drugs: zolpidem (Stilnoct) en zopiclon (Imovane). Ze werken zoals benzodiazepines en zijn niet doeltreffender of veiliger dan die middelen[1].
- Andere middelen die soms worden gebruikt om te slapen: bepaalde sederende antidepressiva (trazodon, mirtazapine), antihistaminica, quetiapine, melatonine, plantaardige middelen. Hun gebruik bij slapeloosheid is weinig onderbouwd of wordt zelfs afgeraden: quetiapine buiten de context van een psychiatrische stoornis is niet wetenschappelijk onderbouwd, en de Belgische richtlijn raadt fytotherapie (valeriaan, passiflora) af[1].
Wat ze doen, en wat hun beperkingen zijn
Een slaapmiddel helpt je op dat moment om in slaap te vallen of door te slapen. Maar het Belgische geneesmiddelenrepertorium beschrijft meerdere beperkingen[1]:
- Gewenning: het effect neemt na één tot twee weken af.
- Afhankelijkheid, psychisch en lichamelijk, mogelijk al na één tot twee weken behandeling.
- Restwerking de volgende dag: slaperigheid, problemen met geheugen en concentratie, verminderde rijvaardigheid.
- Veranderde slaap: minder diepe slaap en minder REM-slaap.
- Samen met alcohol of andere geneesmiddelen die slaperig maken, neemt de sedatie gevaarlijk toe.
Na je 65ste
Het risico op verwardheid en vallen, met een heupbreuk als gevolg, neemt toe. De Belgische richtlijn ziet bij ouderen geen plaats voor een slaapmiddel als eerste keuze: het effect is te klein in verhouding tot de risico's[1].
Waarom CGT-I als eerste wordt aanbevolen
De Europese en Amerikaanse richtlijnen zetten CGT-I op de eerste plaats bij chronische slapeloosheid bij volwassenen[2][3]. De methode richt zich op wat slapeloosheid in stand houdt (de gewoontes waarmee je probeert te compenseren, de ongerustheid over je slaap) en niet op het symptoom van één nacht. Ook in België stelt de huisartsenrichtlijn eerst een niet-medicamenteuze aanpak voor, afgestemd op elke persoon[1].
Je hoeft je behandeling niet te stoppen om aan CGT-I te beginnen. Neem je een slaapmiddel, bespreek het dan met je arts: die beslist samen met jou over het vervolg.
Stoppen met een slaapmiddel: nooit alleen
Nooit plotseling stoppen
Plotseling stoppen na een langdurige behandeling kan ontwenningsverschijnselen geven: angst, slapeloosheid, nachtmerries, waarnemingsstoornissen en, zelden, convulsies[1]. Verander je behandeling nooit zonder je arts.
Na een langdurige behandeling gebeurt het stoppen heel geleidelijk, over meerdere weken of zelfs maanden, volgens een plan dat je samen met je arts opstelt en dat is afgestemd op hoe je het ervaart[1]. In België kunnen sommige patiënten een beroep doen op een begeleidingsprogramma om benzodiazepines en Z-drugs af te bouwen, met de arts en de apotheker[1].
Ook tijdens de zwangerschap wordt plotseling stoppen uitdrukkelijk afgeraden: bespreek het met je arts of vroedvrouw[1].
Noteren wat je neemt
Om je consultatie voor te bereiden, is er niets beter dan een nauwkeurig overzicht: welk geneesmiddel, welke dosis, hoeveel tabletten, welke nachten. In het slaapdagboek van ReSomnia noteer je elke avond de naam op de doos, de dosis en het aantal tabletten (per halve tablet), en neem je met één tik de inname van de dag ervoor over. Zo ziet je arts of zorgverlener het verloop nacht na nacht, naast je slaap.